Velden zijn niet correct ingevuld

Mijn huurder geniet geen huurbescherming, toch?

Eerder schreven wij over het onderscheid tussen het verhuren van kantoorruimte en winkelruimte. Dat onderscheid is met name van belang voor de vraag welk huurregime (7:230a BW of 7:290 BW) van toepassing is. Huurders van winkelruimte (7:290 BW) hebben meer bescherming dan huurders van kantoorruimte.

Om te bepalen welk huurregime van toepassing is moet worden gekeken naar wat partijen bij het aangaan van de huur omtrent het gebruik voor ogen heeft gestaan. Dat dit tot vervelende consequenties kan leiden ervoer de verhuurder die zich tot Actio wendde.

Partijen kunnen niet zelf bepalen welk huurregime op de huurrelatie van toepassing is. Dat is eenvoudig te verklaren. Dwingendrechtelijke bepalingen zouden dan namelijk eenvoudig omzeild kunnen worden. Partijen kunnen dus boven de huurovereenkomst zetten dat het kantoorruimte is, maar als de bestemming winkelruimte is, zijn ook de daarbij behorende dwingendrechtelijke bepalingen van toepassing.

Huurovereenkomst bedrijfsruimte: de casus

Deze verhuurder verhuurt sinds medio 2015 een loods. In de huurovereenkomst, getiteld ‘Huurovereenkomst bedrijfsruimte’, is onder andere opgenomen dat de huur wordt aangegaan voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van drie maanden. Verder is afgesproken dat het gehuurde wordt gebruikt volgens de overeengekomen bestemming: bedrijfspand. Of het winkel- of kantoorruimte betrof, is niet omschreven.

Huurder exploiteert in de loods een APK-keuringsstation. Verhuurder heeft de huur opgezegd met inachtneming van de opzegtermijn van drie maanden en vordert ontruiming.

Welke huurregime is van toepassing?

Voordat de kantonrechter een oordeel velt over de opzegging en gevorderde ontruiming door de verhuurder, stelt hij zich eerst de vraag: Welk huurregime is hier van toepassing?

Uit de titel van de huurovereenkomst en de overeengekomen bestemming (bedrijfspand) leidt de kantonrechter af dat het gaat om bedrijfsruimte. Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat het gaat om een kleinhandelsbedrijf. De huurder exploiteert immers een APK-keuringsstation in het gehuurde. De kantonrechter oordeelt dan ook dat de huurovereenkomst onder het regime van artikel 7:290 BW (winkelruimte) valt.

Wat zijn de gevolgen?

Dat betekent dat de huurovereenkomst in beginsel vijf jaar duurt (artikel 7:292 BW), dat de opzegging alleen kan plaatsvinden met inachtneming van een opzegtermijn van een jaar (artikel 7:293 BW) en dat er een opzeggingsgrond moet zijn (artikel 7:296). De afspraken tussen partijen ten spijt wordt de opzegging door verhuurder dus niet toegestaan. De huurovereenkomst duurt nog voort tot april 2020.

Kortom, in plaats van beëindiging van de huurovereenkomst, is verhuurder nog jaren aan de huurovereenkomst gebonden. Dat een ander huurregime van toepassing blijkt dan dat partijen voor ogen hadden, kan dus zeer nadelig uitpakken voor een van hen.

Contact met een huurrechtspecialist?

Maak bij het opmaken van de huurovereenkomst duidelijke afspraken over de bestemming van het gehuurde en stel uzelf de vraag: welk huurregime is van toepassing? Mocht u daarover advies in willen winnen, dan kunt u altijd contact opnemen met één van onze advocaten in Hoogeveen of Assen



Naar blogverzicht