Velden zijn niet correct ingevuld

Het bestuursverbod: middel om fraude met bedrijven tegen te gaan

Fraude met BV's komt veel voor en het kost de maatschappij veel geld. Het gaat dan om het ontduiken van belasting, om oplichting, en benadeling van schuldeisers in faillissementen. Hoe vaak wordt er wel niet een BV leeggehaald voordat faillissement intreedt, zodat de schuldeisers met niets komen te zitten? Actio Advocaten deed onlangs in een faillissement nog aangifte tegen de bestuurder van een vennootschap. De betreffende bestuurder kreeg daarvoor een taakstraf van de rechtbank opgelegd. 

Om faillissementsfraude tegen te gaan is per 1 juli 2016 het ‘civielrechtelijk bestuursverbod’ ingevoerd. Wat is dit verbod, hoe wordt het toegepast, en heeft het ook zin?

Wat is het bestuursverbod?

Het bestuursverbod houdt in dat de rechter een bestuurder van een rechtspersoon (BV, NV, stichting, vereniging, enz.) een verbod kan opleggen om bestuurder te mogen zijn. Zo’n bestuurder kan dus niet meer worden ingeschreven in het Handelsregister en kan dus geen bedrijf (meer) besturen. Het verbod kan voor een maximale periode van vijf jaar worden opgelegd.

Wanneer wordt het opgelegd?

Het bestuursverbod kan worden opgelegd door de rechter, op verzoek van een curator of het Openbaar Ministerie. Er moet sprake zijn van een van de volgende situaties:

  • Onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:138/248 BW
  • Benadeling van schuldeisers (pauliana)
  • Verzuim van de inlichtingenplicht jegens de curator
  • Eerdere faillissementen waarin de bestuurder een verwijt treft
  • Doen van opzettelijk onjuiste belastingaangifte

Als een curator een procedure tegen een bestuurder voert op grond van bestuurdersaansprakelijkheid of pauliana, kan een bestuursverbod als extra vordering worden ingesteld.

Gaat het helpen?

Tegelijkertijd met deze wet is er een wet ingevoerd die het mogelijk maakt straffen op te leggen aan bestuurders die hun verplichtingen verzuimen (Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude). Die wet maakt het mogelijk boetes op te leggen tot € 82.000,00, en zelfs gevangenisstraf.

Of dat voldoende afschrikt, valt te bezien. Fraude met BV's kan lucratief zijn, en een doorgewinterde crimineel laat zich niet afschrikken door een bestuursverbod. Er is altijd gemakkelijk een katvanger gevonden die in dat geval bestuurder van een rechtspersoon wil zijn. Ook vanuit de curatoren is er de nodige kritiek op het verbod. Die zien het opsporen van fraude niet als hun primaire taak; dat moet het Openbaar Ministerie doen. De praktijk moet dan ook maar uitwijzen of curatoren veel gebruik maken van het bestuursverbod, en of het daadwerkelijk gaat helpen in de strijd tegen faillissementsfraude.

Heeft u hulp of advies nodig met een soortgelijke zaak? Neem dan contact op met ons kantoor in Assen of Hoogeveen.



Naar blogverzicht